EmailTwitterLinkedIn

Menu

Prinsjesdag 2019: Belastingheffing in privé









Afschaffing scholingsaftrek

Particulieren die een opleiding of studie voor een (toekomstig) beroep volgen en geen recht op studiefinanciering hebben, kunnen momenteel de kosten hiervan in hun aangifte inkomstenbelasting aftrekken als scholingsuitgaven. Het gaat daarbij om college-, cursus- en examengelden en verplichte leermiddelen.

Het voorstel is om deze aftrek van scholingskosten in de inkomstenbelasting af te schaffen. De scholingsaftrek wordt dan vervangen door de subsidieregeling STAP-budget (leer- en ontwikkelbudget voor de stimulans van de arbeidsmarktpositie) voor personen met een band met de Nederlandse arbeidsmarkt. De nadere invulling van de subsidieregeling STAP-budget is nog niet bekend. Daarom wordt de scholingsaftrek nog niet in 2020 afgeschaft.

Indexatie vrijwilligersvergoeding vanaf 1 januari 2020

Vrijwilligers die vergoedingen en verstrekkingen ontvangen van in totaal maximaal € 170 per maand en € 1.700 per kalenderjaar hoeven hierover geen belasting en premie volksverzekeringen te betalen. Per 1 januari 2020 worden deze maxima jaarlijks geïndexeerd. Het maximumbedrag wordt per kalenderjaar steeds afgerond op een veelvoud van € 100.

Aanpassing inkeerregeling

Met de inkeerregeling kunnen belastingbetalers die inkomen hebben verzwegen, dit inkomen momenteel alsnog melden bij de Belastingdienst. Zij krijgen dan geen of een lagere boete. Ook in 2020 kan nog steeds gebruikgemaakt worden van de inkeerregeling, maar wordt over het verzwegen inkomen uit aandelen (box 2) of vermogen (box 3) wel een boete opgelegd. Ook maakt het vanaf 2020 niet meer uit of dit inkomen wel of niet uit het buitenland kwam.

Overgangsrecht voor saldolijfrenten van vóór 2001

Het overgangsrecht voor saldolijfrenten van vóór 2001 eindigt op 31 december 2020. Op dat moment geldt een afrekenverplichting. Voor bepaalde saldolijfrenten en bepaalde buitenlandse pensioenen blijft het overgangsrecht toch gewoon bestaan.

Een saldolijfrente is een lijfrente waarvan de premie in het geheel niet aftrekbaar was (zuivere saldolijfrente) en/of een lijfrente waarvan de premie deels wel en deels niet in aftrek is gebracht (hybride saldolijfrente). Bij de invoering van de Wet inkomstenbelasting 2001 kwamen voor deze saldolijfrenten andere fiscale regels. Dankzij het overgangsrecht waren de bestaande lijfrenten in box 1 belast volgens de saldomethode. Dit houdt in dat de uitkering pas belast wordt als de uitkering hoger is dan de betaalde premies. Dit overgangsrecht eindigt op 31 december 2020.

Het einde van het overgangsrecht heeft tot gevolg dat de saldolijfrenteaanspraken verhuizen van box 1 naar box 3 van de inkomstenbelasting en dat het rentebestanddeel belast is in box 1. Het overgangsrecht blijft gelden voor hybride saldolijfrenten, waardoor het mogelijk is om de belastingheffing langdurig uit te stellen. Voor zuivere saldolijfrenten eindigt het overgangsrecht wel.

Aanpassing belastingrente erfbelasting

Op dit moment geldt dat geen belastingrente is verschuldigd voor de erfbelasting indien binnen acht maanden na het overlijden wordt verzocht om een voorlopige aanslag óf aangifte wordt gedaan en de aanslag conform dat verzoek of die aangifte wordt opgelegd. De voorgaande regeling wordt ook voorgesteld als de termijn voor het indienen van de aangifte op een ander moment aanvangt dan op de dag van het overlijden of wordt opgeschort. In die situatie wordt dan evenmin belastingrente in rekening gebracht als het verzoek om een voorlopige aanslag of de aangifte is ontvangen binnen de aangiftetermijn die dan geldt. De (voorlopige of definitieve) aanslag erfbelasting moet dan wel conform dat verzoek of die aangifte worden vastgesteld.



Menu